Prijzen en geld in beeld
Deze reeks toont vijf indicatoren over prijsontwikkeling, sparen en inkomen per inwoner, elk in een eigen beeld. Per indicator ziet u de ranglijst van landen, de waarde en de plaats van Nederland, en het verloop over de jaren. Alle cijfers komen uit de Wereldbank (World Development Indicators) en het IMF.
| Consumer price inflation | 110 | Nederland: 3,3475% consumentenprijsinflatie, plaats 110 van 193 landen |
| GDP deflator inflation | 142 | Nederland: bbp-deflator 5,7442% tegenover een wereldwaarde van 3,9118% |
| Consumer price index | 72 | Nederlandse prijsindex 142,2748 met 2010 = 100, plaats 72 van 192 landen |
| Gross savings (% of GDP) | 48 | Nederland spaart 28,8114% van het bbp, tegen een wereldwaarde van 26,1879% |
| GDP per capita (nominal) | 10 | Nederland: 79.917,5 dollar bbp per inwoner, plaats 10 van 227 landen |
Lees elk beeld op zichzelf: bij de drie prijsindicatoren staat de laagste waarde bovenaan, bij besparingen en bbp per inwoner juist de hoogste. Eenheden en het aantal landen verschillen per indicator (178 tot 227), dus plaatsen en waarden zijn niet tussen de beelden onderling te vergelijken.
De kern
Nederland zit in dit thema in de middenmoot als het om prijsontwikkeling gaat en in de kopgroep als het om inkomen per inwoner gaat. Het meest opvallende cijfer is het bbp per hoofd van de bevolking: 79.917,5 dollar, plaats 10 van 227 landen — voor deze indicator staat het grootste bedrag bovenaan. De consumentenprijsinflatie bedroeg 3,3475% (plaats 110 van 193 landen, waarbij plaats 1 de laagste waarde is), de consumentenprijsindex met 2010 = 100 kwam uit op 142,2748 (plaats 72 van 192) en de bruto nationale besparingen bedroegen 28,8114% van het bbp (plaats 48 van 178). Samengevat: de prijsstijging ligt iets boven het midden van de landenlijst, het spaarniveau ligt boven de wereldwaarde van 26,1879%, en het inkomen per inwoner hoort tot de hoogste van de wereld.
*Bron: Wereldbank, World Development Indicators (FP.CPI.TOTL.ZG, FP.CPI.TOTL, NY.GNS.ICTR.ZS) en IMF (NGDPDPC).*
De meest recente waarde van de centrale indicator
De eerste indicator is de consumentenprijsinflatie. Nederland noteert 3,3475% over 2024 en staat daarmee op plaats 110 van 193 landen. Het midden van die lijst ligt rond plaats 97, dus Nederland bevindt zich net aan de kant met de iets hogere prijsstijging. Voor deze indicator publiceert de bron geen wereldwaarde, zodat een vergelijking met een wereldgemiddelde hier niet mogelijk is. Wel is er een wereldwaarde voor de bbp-deflator: die bedraagt 3,9118%, terwijl Nederland op 5,7442% uitkomt (plaats 142 van 213) — ongeveer 1,8 procentpunt boven de wereldwaarde.
*Bron: Wereldbank, World Development Indicators — Inflation, consumer prices (annual %) en Inflation, GDP deflator (annual %).*
Bovenaan en onderaan de lijst
Aan de kant van de laagste consumentenprijsinflatie staan Irak (-12,297%), Afghanistan (-6,6012%), de Kaaimaneilanden (-0,6253%), Sri Lanka (-0,4294%), Costa Rica (-0,4129%), Nauru (-0,1248%), China (0,2181%) en Armenië (0,2695%). Dat is een gemengd gezelschap: kleine eilandeconomieën, olie-exporteurs en landen waar de prijzen in 2024 daalden. Aan de andere kant staan Venezuela (254,9485%), Argentinië (219,8839%), Soedan (138,8085%), Zimbabwe (104,7052%), Zuid-Soedan (91,4408%) en Turkije (58,5065%) — landen met langdurig hoge inflatie of valutaproblemen. Nederland ligt met 3,3475% ver van beide uiteinden. Bij de consumentenprijsindex (2010 = 100) staat Nederland met 142,2748 op plaats 72 van 192; bovenaan die lijst staan Nauru (100,1752), Tuvalu (100,5006), Zwitserland (105,5091) en Japan (114,4138), onderaan Zuid-Soedan (41.280,7397) en Soedan (38.796,5573).
*Bron: Wereldbank, World Development Indicators — Inflation, consumer prices (annual %) en Consumer price index (2010 = 100).*
Hoe het de afgelopen tien jaar veranderde
De Nederlandse consumentenprijsinflatie lag tussen 2014 en 2017 tussen 0,3167% en 1,3815%, liep in 2019 op tot 2,6337%, viel in 2020 terug naar 1,2725% en piekte in 2022 op 10,0012%. Daarna volgde 3,8384% in 2023 en 3,3475% in 2024. De prijsindex laat dezelfde omslag zien: van 107,4827 in 2013 naar 120,5237 in 2021 — ongeveer 13 punten in acht jaar — en vervolgens naar 142,2748 in 2024, bijna 22 punten in drie jaar. De bbp-deflator ging van 1,1449% in 2013 naar 6,3021% in 2023 en 5,7442% in 2024. De besparingen bewogen minder sterk: van 26,2632% in 2013 naar een piek van 32,4371% in 2021 en daarna 28,8114% in 2024. Het bbp per inwoner steeg van 45.904,668 dollar in 2015 naar 67.690,232 dollar in 2024, met 73.832,752 dollar voor 2025 en 79.917,5 dollar voor 2026 als raming. Over de oorzaken van deze bewegingen zeggen deze cijfers zelf niets.
*Bron: Wereldbank, World Development Indicators (FP.CPI.TOTL.ZG, FP.CPI.TOTL, NY.GDP.DEFL.KD.ZG, NY.GNS.ICTR.ZS) en IMF (NGDPDPC).*
Vergelijking met vergelijkbare landen
Bij de consumentenprijsinflatie ligt Nederland (3,3475%) iets boven het Verenigd Koninkrijk (3,2716%), de Verenigde Staten (2,9495%), Japan (2,7385%), Zuid-Korea (2,3217%), Duitsland (2,2565%), Frankrijk (1,999%) en China (0,2181%): de meeste grote economieën zitten in de 2%-marge, Nederland net erboven. Bij de prijsindex sinds 2010 is het beeld anders: Nederland komt op 142,2748, onder het VK (147,4108) en de VS (143,8573), maar boven Duitsland (134,8686), China (132,5176), Zuid-Korea (132,1956), Frankrijk (126,5067) en Japan (114,4138). De besparingen van 28,8114% van het bbp liggen boven Duitsland (27,1419%), Frankrijk (21,4347%), de VS (17,8109%) en het VK (17,0025%), maar onder Japan (31,0681%), Zuid-Korea (35,0305%) en China (42,8328%). Bij het bbp per inwoner staat Nederland met 79.917,5 dollar op plaats 10, achter Denemarken (83.445,326) en de VS (94.429,753), en boven Duitsland (65.302,893), het VK (61.056,098) en Frankrijk (52.083,326).
*Bron: Wereldbank, World Development Indicators (FP.CPI.TOTL.ZG, FP.CPI.TOTL, NY.GNS.ICTR.ZS) en IMF (NGDPDPC).*
Hoe u deze cijfers leest
De consumentenprijsindex heeft per land 2010 als basisjaar en meet de cumulatieve stijging in de eigen munt. Hij zegt dus niets over hoe duur of goedkoop een land is ten opzichte van een ander; dat zou een vergelijking op koopkrachtpariteit vragen, en die zit hier niet in. Bij de drie prijsindicatoren staat de laagste waarde bovenaan, en de landen op plaats 1 — Irak bij de consumentenprijsinflatie, Liechtenstein (-9,9007%) bij de bbp-deflator — hebben een negatieve waarde; een hoge plaats betekent daarom niet dat het met een economie beter gaat. Bij de besparingen en het bbp per inwoner staat de hoogste waarde juist bovenaan. De bruto nationale besparingen betreffen het hele land, dus huishoudens, bedrijven én overheid samen, en niet alleen het sparen van huishoudens. Het bbp per inwoner is nominaal en in Amerikaanse dollars, zodat wisselkoersen meewegen; het meest recente jaar is 2026 en bevat IMF-ramingen, terwijl de vier andere indicatoren tot 2024 lopen. Omdat het aantal landen per indicator verschilt (178 tot 227), zijn de plaatsen niet één op één met elkaar te vergelijken. De cijfers komen van de Wereldbank en het IMF, worden jaarlijks bijgewerkt en kunnen achteraf worden herzien.
*Bron: Wereldbank, World Development Indicators (FP.CPI.TOTL.ZG, FP.CPI.TOTL, NY.GDP.DEFL.KD.ZG, NY.GNS.ICTR.ZS) en IMF (NGDPDPC).*
Inflatie (consumentenprijzen) op de kaart en in grafieken
| Rang | Land / gebied | % |
|---|---|---|
| 1 | Irak | -12.3 |
| 2 | Afghanistan | -6.6 |
| 3 | Kaaimaneilanden | -0.63 |
| 4 | Sri Lanka | -0.43 |
| 5 | Costa Rica | -0.41 |
| 108 | Oeganda | 3.32 |
| 109 | Montenegro | 3.34 |
| 110 | Nederland | 3.35 |
| 111 | Ivoorkust | 3.45 |
| 112 | Noord-Macedonië | 3.49 |
| 191 | Soedan | 138.81 |
| 192 | Argentinië | 219.88 |
| 193 | Venezuela | 254.95 |
Bovenaan staan landen met dalende prijzen, zoals Irak (-12,297%) en Afghanistan (-6,6012%); onderaan Venezuela (254,9485%) en Argentinië (219,8839%). Nederland staat op plaats 110, ver van beide uiteinden.
De staven laten zien hoe extreem de uiteinden zijn vergeleken met de meeste landen. De lijn gaat van de piek van 10,0012% in 2022 naar 3,8384% in 2023 en 3,3475% in 2024.
Landen vergelijken
Inflatie (bbp-deflator)
| Rang | Land / gebied | % |
|---|---|---|
| 1 | Liechtenstein | -9.9 |
| 2 | Brunei | -2.84 |
| 3 | Qatar | -1.47 |
| 4 | Azerbeidzjan | -1.41 |
| 5 | Oost-Timor | -1.32 |
| 140 | Guam | 5.47 |
| 141 | Israël | 5.52 |
| 142 | Nederland | 5.74 |
| 144 | Gambia | 5.8 |
| 145 | Saint Kitts en Nevis | 5.99 |
| 211 | Argentinië | 207.61 |
| 212 | Soedan | 243.91 |
| 213 | Zimbabwe | 1,097 |
Aan de lage kant staan Liechtenstein (-9,9007%) en Brunei (-2,8427%), aan de hoge kant Zimbabwe (1097,2467%) en Soedan (243,9073%). Nederland staat achter Duitsland (3,1103%) en Japan (2,8881%).
De staven zijn aan de bovenkant zo lang dat het middenveld dicht op elkaar ligt. De lijn stijgt van 1,1449% in 2013 naar 6,3021% in 2023 en zakt daarna naar 5,7442%.
Consumentenprijsindex
| Rang | Land / gebied | index |
|---|---|---|
| 1 | Nauru | 100.18 |
| 2 | Tuvalu | 100.5 |
| 3 | Kaaimaneilanden | 102.94 |
| 4 | Zwitserland | 105.51 |
| 5 | Brunei | 106.44 |
| 70 | België | 142.15 |
| 71 | Antigua en Barbuda | 142.25 |
| 72 | Nederland | 142.27 |
| 73 | Costa Rica | 143.1 |
| 74 | Congo-Brazzaville | 143.11 |
| 190 | Zimbabwe | 11,077 |
| 191 | Soedan | 38,797 |
| 192 | Zuid-Soedan | 41,281 |
Bovenaan staan Nauru (100,1752), Tuvalu (100,5006) en Zwitserland (105,5091), onderaan Zuid-Soedan (41.280,7397) en Soedan (38.796,5573). Nederland ligt onder het VK (147,4108) en boven Frankrijk (126,5067).
De staven lopen van net boven 100 tot in de tienduizenden, dus de schaal wordt door enkele landen bepaald. De lijn klimt van 107,4827 in 2013 naar 120,5237 in 2021 en daarna naar 142,2748 in 2024.
Bruto besparingen (% van het bbp)
Bovenaan staan Qatar (57,421%), Suriname (50,3399%) en Koeweit (48,8041%), onderaan Oost-Timor (-21,1282%) en Libanon (-12,7002%). Nederland staat op plaats 48 van 178 landen.
De staven laten een brede middenmoot zien met enkele negatieve uitschieters. De lijn stijgt naar 32,4371% in 2021 en daalt daarna naar 28,8114% in 2024.
Bbp per inwoner (nominaal)
| Rang | Land / gebied | US$ |
|---|---|---|
| 1 | Liechtenstein | 226,809 |
| 2 | Luxemburg | 158,733 |
| 3 | Ierland | 140,186 |
| 4 | Zwitserland | 126,177 |
| 5 | IJsland | 110,048 |
| 8 | VS | 94,430 |
| 9 | Denemarken | 83,445 |
| 10 | Nederland | 79,918 |
| 11 | Macau | 76,446 |
| 12 | Australië | 75,648 |
| 225 | Zuid-Soedan | 487.98 |
| 226 | Afghanistan | 448.46 |
| 227 | Jemen | 383.75 |
Bovenaan staan Liechtenstein (226.809,136), Luxemburg (158.733,346) en Ierland (140.185,681), onderaan Jemen (383,749) en Afghanistan (448,457). Nederland staat direct achter Denemarken (83.445,326).
De staven maken zichtbaar hoe groot de afstand tussen top en onderkant is, met een factor van meer dan honderd. De lijn loopt van 45.904,668 dollar in 2015 gestaag omhoog naar 79.917,5 dollar.